Noah kwam thuis uit school en had honger. Hij liep meteen naar de keuken. Op tafel stond vanmorgen nog een vers brood. Maar nu was het weg.
Hij keek in de broodtrommel. Leeg. Hij keek in de kast. Ook leeg. Toen hoorde hij gelach in de tuin.
Zijn zus zat daar met een bord. Op het bord lagen vier boterhammen. Noah moest lachen. Mysterie opgelost.