We doen niets bijzonders.
We kijken alleen even of er een adem is.
Misschien voel je een adem in.
Misschien ook niet.
Alles is goed.
Ik ben hier bij je.
Misschien merk je dat je schouders een beetje hoog zijn.
Je hoeft daar niets aan te veranderen.
Als ze vanzelf iets willen zakken,
dan is dat oké.
Beweeg je hoofd rustig naar links.
En weer terug.
Ook naar rechts.
Niets forceren.
Ik blijf bij je.