Kijk rustig naar het woord. Is het er ÊÊn? Of zijn het er meer? We oefenen stap voor stap đŋ
We kijken naar woorden en zinnen. Zo ontdek je rustig het verschil tussen ÊÊn ding en meer dingen.
Je ziet een woord en kiest: is dit enkelvoud of meervoud?
Je ziet ÊÊn woord. Jij kiest rustig hoe je daar meer van maakt.
Je kiest welk woord past in de zin: loopt of lopen, staat of staan.