Kijk rustig naar de zin. Wie doet iets? Ik, jij, hij, zij of wij? We oefenen stap voor stap 🌿
Je leest een zin en kijkt rustig over wie de zin gaat. Daarna kies je het wie-woord dat goed past.
Lees de zin rustig. Waar gaat de zin over?
Die vraag helpt je kiezen tussen ik, jij, hij, zij en wij.
Je mag opnieuw kijken. Rustig lezen helpt je brein.