Kijk rustig naar de zin. Gebeurt het nu? Of gebeurde het al eerder? We oefenen stap voor stap met woorden zoals speelde, kookte en tekende 🌿
Verleden tijd vertelt dat iets al gebeurd is. We vergelijken steeds wat nu gebeurt met wat eerder gebeurde.
Het gebeurt op dit moment.
Bijvoorbeeld: Ik speel buiten.
Het gebeurde eerder.
Bijvoorbeeld: Ik speelde buiten.
Soms verandert het doe-woord een beetje.
speel → speelde