🌿 Hele werkwoorden en de stam
Wat is een heel werkwoord?
Dit is de rustige basisvorm.
Het hoort nog niet bij iemand.
Het vertelt alleen wat je kunt doen.
Voorbeelden:
lopen
maken
spelen
leren
denken
Wat is de stam?
Haal de -en eraf.
Wat overblijft is de kern.
lopen → loop
maken → maak
spelen → speel
leren → leer
werken → werk
Laten we kijken wat we met de stam kunnen doen 🌿
🌿 Wat kun je doen met de stam?
Als je vertelt wie iets doet,
verandert het woord een beetje.
Ik → de stam
ik loop
ik maak
ik leer
ik werk
ik speel
Jij → stam + t
jij loopt
jij maakt
jij leert
jij werkt
jij speelt
Hij / Zij → stam + t
hij loopt
zij maakt
hij leert
zij werkt
hij speelt
Wij → het hele werkwoord
wij lopen
wij maken
wij leren
wij werken
wij spelen
Zie je het patroon?
De stam is de basis.
Soms komt er niets bij.
Soms komt er een -t bij.
En soms blijft het hele woord met -en.