🧩 Taal bouwen

Wie doet het?

In een zin gebeurt er iets. Maar eerst kijken we rustig: wie doet het? Deze woorden helpen ons zien over wie de zin gaat 🌿

👀 Wie-woorden herkennen

Deze woorden vertellen wie iets doet. Ze helpen je om een zin beter te begrijpen.

☝️

Ik

Ik gaat over mijzelf. Bijvoorbeeld: Ik loop.

👉

Jij

Jij zeg ik tegen iemand anders. Bijvoorbeeld: Jij leest.

👦

Hij

Hij gaat vaak over een jongen of man. Bijvoorbeeld: Hij rent.

👧

Zij

Zij gaat vaak over een meisje of vrouw. Bijvoorbeeld: Zij danst.

🤝

Wij

Wij betekent samen. Bijvoorbeeld: Wij spelen.

🌿 Het doe-woord verandert mee

Het wie-woord en het doe-woord horen bij elkaar. Soms verandert het doe-woord een klein beetje. Zo klinkt de zin rustig en klopt hij beter.

🏃 Samen oefenen met lopen

Kijk rustig hoe het doe-woord verandert bij ik, jij, hij, zij en wij.

Ik
loop
Jij
loopt
Hij
loopt
Zij
loopt
Wij
lopen
Zij samen
lopen

Zachte regel 🌸

Bij ik hoor je vaak het korte doe-woord: ik loop.
Bij jij, hij en zij komt er vaak een t bij: jij loopt.
Bij wij klinkt het woord langer: wij lopen.

Kleine reminder 🌸
Eerst kijk je wie iets doet. Daarna kijk je welk doe-woord erbij hoort. Stap voor stap wordt taal duidelijker.