Woorden bestaan uit letters. Letters maken klanken. En klanken maken woorden. We beginnen rustig, stap voor stap đŋ
Kies ÊÊn tegel. Je hoeft niets al te kunnen. Alleen kijken, luisteren, proberen en rustig oefenen.
We luisteren naar klanken.
Lang of kort.
Zacht oefenen.
Begin, midden of eind.
EÊn letter of meer.
Woorden in stukjes.
Klappen, voelen en zien.
Wat hoor je?
Wat zie je?
Klanken rustig herkennen.
EÊn of meer?
We kijken rustig samen.
Samen zinnen maken.
Stap voor stap ontdekken
hoe taal werkt.
Rustig spelen met letters, klanken en woorden. Leren terwijl je speelt đŋ