Het gezegde bestaat uit alle werkwoorden in de zin. Dus ook hulpwerkwoorden horen erbij.
Bijvoorbeeld: heeft gegeten, gaat koken of kan tekenen. Alle werkwoorden samen vormen het gezegde.
We kijken rustig. EĆ©n zin tegelijk is genoeg šæ
Zoek rustig alle werkwoorden in de zin. Soms is het gezegde ƩƩn woord. Soms bestaat het uit twee of meer woorden.
Kijk rustig naar wat er gebeurt in de zin.
Ook hulpwerkwoorden zoals heeft, gaat of kan tellen mee.
Alle werkwoorden samen vormen het gezegde.
Let op: soms bestaat het gezegde uit meer dan ƩƩn woord. Kijk rustig naar alle werkwoorden.