Het gezegde bestaat uit alle werkwoorden in de zin. Ook hulpwerkwoorden horen erbij, zoals: heeft, gaat, kan en zal. We oefenen stap voor stap đŋ
Het gezegde kan uit ÊÊn werkwoord bestaan. Maar soms horen meerdere werkwoorden samen. We zoeken ze rustig op.
Kijk eerst rustig naar de hele zin. Wat gebeurt er?
Zoek woorden zoals heeft, gaat, kan, zal, gelezen, koken of zwemmen.
Alle werkwoorden samen vormen het gezegde.
Klik op alle werkwoorden. Ook hulpwerkwoorden tellen mee.
Kies alle werkwoorden samen.
Typ alle werkwoorden samen.