We zoeken eerst wat er gebeurt. Daarna wie iets doet. Daarna bouwen we verder naar gezegde en voorwerpen.
Vraag: wat gebeurt er?
Klik op het werkwoord.
Zoek eerst wat er gebeurt. Daarna wie of wat dat doet.
Stap 1: Wat gebeurt er? Klik het werkwoord.
Het gezegde bestaat uit alle werkwoorden samen.
Klik alle werkwoorden aan die samen het gezegde vormen.
Alles komt door elkaar: werkwoord, onderwerp, gezegde en voorwerp.