â
Fout of goed?
Voel of de zin klopt.
Lees rustig de zin. Klopt hij? Of voelt er iets niet goed?
Daarna oefen je hoe je de zin weer goed maakt.
đą Level 1: Klopt de zin?
Kies eerst goed of fout. Is de zin fout? Dan kies je daarna de goede zin.
đ§Š Level 2: Bouw de goede zin
De zin is fout. Klik de woordkaartjes in de goede volgorde.
Foute zin:
âī¸ Level 3: Typ zelf de goede zin
Lees de foute zin. Typ zelf hoe de zin goed moet zijn.
Foute zin:
đ¸ Ifi-regel:
Als een zin niet klopt, mag je rustig herstellen.
Eerst voelen. Dan bouwen. Daarna zelf schrijven.