Klik eerst het werkwoord. Daarna kies je waarom het een werkwoord is.
Waarom is dit een werkwoord?
π΅οΈββοΈ Level 4: Hulpwerkwoord Detective
Klik eerst alle werkwoorden. Daarna kies je welk woord helpt en welk woord vertelt wat er echt gebeurt.
π± Hulpwerkwoord = helpt mee.
π± Hoofdwerkwoord = vertelt wat er echt gebeurt.
Voorbeeld: Ik ga zwemmen. ga helpt. zwemmen vertelt wat je doet.
Welk woord helpt?
Welk woord vertelt wat er echt gebeurt?
πΈ Ifi-regel:
Vraag jezelf: kun je het doen? Gebeurt er iets? Dan heb je vaak het werkwoord gevonden.
Staat er nog een werkwoord bij dat helpt? Dan noemen we dat een hulpwerkwoord.