Een breuk laat zien dat iets eerlijk verdeeld is in gelijke stukken.
De bovenkant vertelt hoeveel stukken je hebt. De onderkant vertelt hoeveel stukken er totaal zijn.
đ Level 1: Welke breuk zie je?
Kijk naar de gekleurde stukken. Welke breuk hoort erbij?
đ° Wat is een breuk?
Een breuk laat zien dat iets verdeeld is in gelijke stukken.
1
4
De teller (boven)
Vertelt hoeveel stukjes je hebt.
De noemer (onder)
Vertelt in hoeveel gelijke stukken het geheel verdeeld is.
Bij 1/4 is de pizza verdeeld in 4 gelijke stukken.
Je hebt daarvan 1 stukje.
đą Voorbeeld
đđđđ
4 stukken pizza.
đ
1 stuk gekozen.
1/4
đ° Level 2: Bouw de breuk
Kijk naar het bovenste getal. Klik precies zoveel stukjes aan.
đ§ Level 3: Teller en noemer
Een breuk heeft twee delen. De teller staat boven. De noemer staat onder.
Teller
Hoeveel stukken zijn gekleurd?
Noemer
Hoeveel stukken zijn er totaal?
đ¸ Ifi-regel:
De noemer zegt in hoeveel gelijke stukken het geheel verdeeld is.
De teller zegt hoeveel stukken je gebruikt of ziet.
Breuken zijn eerlijk verdeelde stukjes.