Een werkwoord vertelt wat iemand doet, wat er gebeurt of wat iets is.
Soms staat er ook een hulpwerkwoord bij. Dat woord helpt het hoofdwerkwoord.
đ Level 1: Zoek het doe-woord
Klik op het werkwoord in de zin.
đ Level 2: Vind twee werkwoorden
Soms staan er twee doe-woorden in ÊÊn zin. Klik ze allebei aan.
đ Level 3: Werkwoordradar Pro
Klik eerst het werkwoord. Daarna kies je waarom het een werkwoord is.
Waarom is dit een werkwoord?
đĩī¸ââī¸ Level 4: Hulpwerkwoord Detective
Klik eerst alle werkwoorden. Daarna kies je welk woord helpt en welk woord vertelt wat er echt gebeurt.
đą Hulpwerkwoord = helpt mee.
đą Hoofdwerkwoord = vertelt wat er echt gebeurt.
Voorbeeld: Ik ga zwemmen. ga helpt. zwemmen vertelt wat je doet.
Welk woord helpt?
Welk woord vertelt wat er echt gebeurt?
đ¸ Ifi-regel:
Vraag jezelf: kun je het doen? Gebeurt er iets? Dan heb je vaak het werkwoord gevonden.
Staat er nog een werkwoord bij dat helpt? Dan noemen we dat een hulpwerkwoord.