๐Ÿ‘œ Woordsoorten

Bezittelijk voornaamwoord.

Een bezittelijk voornaamwoord laat zien van wie iets is. Denk aan woorden zoals mijn, jouw, zijn, haar, ons en hun ๐ŸŒฟ

๐ŸŒฑ Waar kun je op letten?

Kijk rustig naar wat van iemand is. Het bezittelijk voornaamwoord staat vaak vรณรณr het ding waar het om gaat.

๐Ÿ™‹

Van mij

Als iets van jezelf is, gebruik je vaak: mijn.
Bijvoorbeeld: mijn tas.

๐Ÿ‘‰

Van jou

Als iets van de ander is, gebruik je vaak: jouw.
Bijvoorbeeld: jouw fiets.

๐Ÿ“–

Van hem of haar

Je kunt ook woorden gebruiken zoals: zijn boek of haar boek.

๐Ÿ‘€ Voorbeelden

Kijk rustig naar deze woordgroepjes.

Het eerste woord laat zien van wie het is.

๐ŸŽ’
mijn tas
๐Ÿšฒ
jouw fiets
๐Ÿ“–
haar boek

Nu gaan we oefenen.

We oefenen rustig stap voor stap. Je kijkt naar een zin en ontdekt welk woord laat zien van wie iets is.

๐ŸŒธ Laten we oefenen
Kleine reminder ๐ŸŒธ
Een bezittelijk voornaamwoord laat zien van wie iets is. Vraag rustig: van wie is het?