Lidwoorden zijn kleine woorden die vรณรณr een zelfstandig naamwoord staan. De drie lidwoorden zijn de, het en een. We oefenen rustig met herkennen welk lidwoord erbij hoort ๐ฟ
Een lidwoord staat bijna altijd vรณรณr een zelfstandig naamwoord. Je ziet het vaak direct voor een mens, dier, ding of plek.
Bijvoorbeeld:
de stoel
de hond
de jas
Bijvoorbeeld:
het boek
het huis
het kind
Bijvoorbeeld:
een appel
een fiets
een bloem
Het lidwoord staat voor het zelfstandig naamwoord. Samen vormen ze een klein woordgroepje.
We oefenen rustig stap voor stap. Je kijkt naar woorden en kiest welk lidwoord erbij past.
๐ธ Laten we oefenen