âī¸ Werkblad tafels
Tafel van 5.
Bij de tafel van 5 oefenen we met handen.
EÊn hand heeft 5 vingers.
Zo tellen we rustig: 5, 10, 15, 20 đŋ
đą Eerst begrijpen
Bij de tafel van 5 kijken we naar groepjes van vijf.
Elke hand helpt je om de sprongen rustig te zien.
Elke hand heeft precies 5 vingers.
We oefenen ook met sprongen van 5.
đą Kijk naar de handen
Hier zie je 3 handen.
Elke hand heeft 5 vingers.
3 handen van 5 = 15
3 Ã 5 = 15
đą Level 1: Handen tellen
đ¸ Level 2: Klok-sprongen van 5
Vul het ontbrekende getal in.
Denk aan tellen met sprongen van 5.
⨠Level 3: Sommetjes
Nu gaan we gewone tafelsommetjes oefenen.
De sommen komen steeds in een andere volgorde.
Welke uitkomst hoort erbij?
Kleine reminder đ¸
De tafel van 5 gaat steeds met sprongen van 5:
5, 10, 15, 20, 25...